LET OP : De groene teksten / woorden bevatten een link naar verdiepende achtergrondinformatie.

‘En Mozes zei: Zo zegt Jahweh: Omstreeks middernacht zal Ik uittrekken door het midden van Egypte en alle eerstgeborenen in het land Egypte zullen sterven, van de eerstgeborene van de farao af, die op zijn troon zitten zou, tot de eerstgeborene van de slavin die achter de handmolen zit, en alle eerstgeborenen van het vee. Er zal een luid geschreeuw zijn in heel het land Egypte, zoals er nog nooit geweest is en zoals er ook nooit meer zijn zal.’

Exodus 11:4-6

Het Tiende gericht is een aangezegd eindoordeel over het volk Egypte, over Farao en zijn demonische rijk, de afgodische zonnegod-cultus.

Een profetische heen-wijzing, met een forse 'nekslag' voor Satan. Gods volk wordt op grootse wijze bevrijd uit de slavernij van Egypte. 

 

Wij zijn ook op grootse wijze bevrijd uit de 'slavernij van Egypte' ; doordat Jahweh Zijn eerstgeboren Zoon Yeshua gaf, als levend offer. Hij stond echter weer op uit de dood, tot overwinning van het kwaad. De Dood en het dodenrijk. 

 

 

Tien is het getal van de voleinding, en dit zal door de HAND van God ten uitvoer gebracht worden. 

Het is ook het getal van lofprijs en aanbidding, waarbij de handen, met de tien vingers, opgeheven worden naar Jahweh. 

In het Hebreeuwse ALEF-beth zie je dat 10 het getal van de HAND is.  De JOD, of JOOD. 

Het joodse volk is het volk dat geroepen werd, en nog steeds wordt, om zijn God te loven en te prijzen. 

 

Het volk Israël  wordt op machtige wijze bevrijd uit Egypte, ze worden zelfs verzocht zo snel mogelijk te vertrekken na dit tiende gericht!  

Zo vertrekken ze ook, want ze waren door Jahweh al geïnstrueerd om zich klaar te maken en klaar te staan. Zeer georganiseerd onder leiding van Mozes en Aaron trekken ze de woestijn in, de Engel des Heren gaat voor hen uit.

Bij Pi-Hachirot vindt er nog een hele grote spirituele slag plaats, wanneer ze door de Schelfzee (de Rode zee) trekken.

Hieronder volgt een gekopieerd stukje uit het laatste stuk van het hele EXODUS 6 verhaal. 

  

 

En zo gebeurt het als Farao het volk heeft laten vertrekken, dat Jahweh hen zo leidt dat ze niet via de weg gaan, die gaat over het land van de Filistijnen, hoewel deze korter is. Ze zullen spijt gaan krijgen en terug willen naar Egypte, vanwege confrontatie’s en strijd met de Filistijnen die dan onvermijdelijk zal zijn.

Jahweh leidt hen met een omweg door de woestijn langs de Schelfzee.

Zo trekt het volk Israel in slagorde van rijen van vijf uit het land Egypte. Ook neemt Mozes de beenderen mee van Jozef, want Jozef had ooit met een zware eed aan het het volk Israel bezworen, dat als Jahweh het volk zou komen halen, Hij ook de beenderen van Jozef met zich mee zou nemen.

Zo vertrekken ze uit Sukkoth, en legeren zich aan het einde van de woestijn in Etham. En Jahweh trekt voor het volk uit, overdag in een wolkkolom en nachts in een vuurkolom, zodat Hij als een licht voor hen uittrekt, dag en nacht. En nog de wolkkolom, nog de vuurkolom neemt hij weg voor het aangezicht van het volk. 

 

Als het volk op weg gaat naar Etham, trekken ze zoals geschreven vanuit Sukkoth, langs de Schelfzee

(= Rode zee) de woestijn door.

De naam Sukkoth betekent; tent. Het volk staat aan het begin van een lange trektocht, waarbij ze ook zullen verblijven in tenten. Etham is een Egyptische naam met de betekenis: MET HEN . En dat is precies wat Jahweh is, Hij is met hen. Hij is voortdurend aanwezig, en hier zichtbaar aanwezig in de vuur- en wolkkolom. De woestijn is een genadeloos gebied, overdag bloedheet en nachts ijzig koud. Zo wordt het volk geleidt én beschermd door de wolk - en vuurkolom.

 

In Etham krijgen ze de opdracht om een stuk terug te gaan en zich te legeren voor Pi-hachirot, tussen Migdol én tussen de zee voor Baäl-Zephon.

Pi-hachirot is de monding in het onderste puntje van de Sinaï woestijn. Grenzend aan de Schelfzee. Migdol (betekenis; toren) is een versterkte Egyptische stad aan de grens van Egypte.

Ze moeten zich legeren vóór Baäl-Zephon. Dit is geen plaats, zoals je makkelijk zou kunnen opvatten, maar een enorm afgodsbeeld op de berg Tiran, met de naambetekenis; ‘Heer van het noorden’ *

Baäl-Zephon wordt door Egypte vereerd als een machtige god die regeert over de zee. Op deze door Jahweh gewezen plek zal een laatste, grote spirituele, en fysieke slag gaan plaatsvinden. Voor de neus van deze laatste ‘machtige god’, zal Jahweh het volk Israel via het gebaande pad door de Schelfzee gaan leiden, om vervolgens het hele Egyptische leger te vernietigen.

Iedereen zal nu weten dat Hij God is en heerst over al wat leeft en dat ook de natuurkrachten aan Hem gehoorzaam zijn. 

 

 

Weer zo'n geroofde titel die Jahweh toebehoort; 

Het Noorden, de woonplaats van Jahweh

de derde hemel. 

 

Job 37:22 

Uit het Noorden komt goud

bij God is een ontzagwekkende majesteit!’

 

 

Maar voor dit alles te gebeuren staat, zal Farao denken dat het hele volk Israel in de war is geraakt, de grote Baäl-Zephon heeft het volk Israel nu eindelijk in zijn macht gegeven,..het volk kan onderin dit gebied geen kant meer op, ze zijn nu makkelijk in te sluiten en te vernietigen!

Jahweh speelt nog één keer in op zijn gevoelens, de Farao verhardt zich nogmaals, en krijgt samen met zijn mensen spijt van het feit dat hij Israel heeft laten vertrekken.

 

Farao zegt; Waarom hebben wij dit gedaan? Dat wij Israel hebben laten vertrekken, we zijn onze slaven kwijt! En hij spant zijn strijdwagen in, en alle anderen met hem. Hij neemt zeshonderd van de beste, en goed toegeruste strijdwagens, ja, alle strijdwagens van Egypte, en evenzoveel mannen die nodig zijn.

 Ze zetten de achtervolging in. De Egyptenaren jagen hen na en achterhalen het volk Israel op de plek waar zij zich gelegerd hebben, aan de zee. Al de paarden en de wagens van Farao en zijn ruiters, en zijn legereenheden; bij Pi-hachirot, voor Baäl-Zephon.

 

Als Farao dichtbij is gekomen en de Israëlieten zien het Egyptische leger voor hun ogen opdoemen, beginnen ze in grote angst te roepen naar Jahweh. En ze zeggen tegen Mozes: Heb je ons hierom, omdat er in Egypte niet genoeg graven waren, weggehaald, zodat we hier in deze woestijn zullen sterven? Waarom heb je dat gedaan, dat je ons uit Egypte weggehaald hebt? Hebben we eerder niet tegen je gezegd in Egypte, laat ons met rust? Laat ons de Egyptenaren dienen? Het is beter de Egyptenaren te dienen, dan in deze woestijn te sterven!

Maar Mozes zegt tot het volk: Jullie moeten niet bang zijn! Vertrouw erop dat Jahweh Zich aan jullie zal bewijzen, Hij zal uitkomst en redding geven, want de Egyptenaren die jullie vandaag zien, zul je tot in de eeuwigheid niet weerzien! Jahweh zal voor u strijden, en u zult stil zijn.

Dan zegt Jahweh tegen Mozes: Wat roep je tot Mij? Zeg tegen het volk dat ze zich gaan klaarmaken om op te trekken. En gij, hef uw staf op, en strek uw hand uit over de zee zodat de zee zich doormidden zal splijten, dan zal het volk door het midden van de zee trekken, op het droge. Ik zal ervoor zorgen dat de Egyptenaren zich niet tegen laten houden om jullie achterna te gaan, en daarmee hun eigen ondergang tegemoet. Ik zal hierom verheerlijkt worden, om Farao, zijn legerscharen, zijn wagens en ruiters. Het zal tot Mijn eer zijn. De Egyptenaren zullen weten dat Ik Jahweh ben. En de Engel van God, die voor het leger van Israel uitgaat vertrekt, en Hij schaart zich achter het volk, ook de wolkkolom vertrekt van voor het aangezicht van Israel, en zet zich achter het volk.

Zo komen ze tussen het strijdleger van de Egyptenaren en de legerscharen van het volk Israel in te staan. De wolk beslaat het hele Egyptische leger met duisternis, zodat ze niet kunnen naderen tot het volk Israel, en andersom kan het ook niet gebeuren. Tegelijkertijd wordt de nacht verlicht voor de Israëlieten zodat ze zich gereed kunnen maken voor de doortocht.

Als Mozes zijn hand uitstrekt over de zee, dan begint Jahweh door een sterke oostenwind, die de hele nacht voortduurt, de zee te splijten, en een droog pad vormt zich in het midden.

En zo trekt het volk Israel via het droge pad door de zee, naar de overkant, een tocht van zo’n achttien kilometer. En het water is een muur aan hun rechter en aan hun linkerhand.

De Egyptenaren zetten de achtervolging in, en al de paarden van Farao, zijn wagens en zijn ruiters gaan ook over het pad door het midden van de zee.

In de vroegte van die morgen, ziet Jahweh vanuit de kolom van vuur en de wolk, neer op het Egyptische leger. Dan zorgt Hij dat ze verschrikt raken, door de wagenwielen van de strijdwagens af te stoten, zodat ze zo goed als niet meer vooruit kunnen komen. De Egyptenaren raken in paniek en slaan op de vlucht, weg van Israel, in het besef en de noodgedwongen erkenning dat ze te maken hebben met de Machtige en strijdbare God van Israel. Baäl-Zephon staat erbij en kijkt ernaar. 

 

 Dan zegt Jahweh tegen Mozes,: Strek uw hand uit over de zee, zodat de wateren weer terugkeren, over de Egyptenaren, over hun wagens en ruiters. Dan strekt Mozes zijn hand uit over de zee, en de zee voegt zich weer als één geheel tot haar oorspronkelijke kracht.

In die vroege morgen, vlucht het hele Egyptische leger recht in ‘de armen’ van het terug kerende water. In het midden van de zee worden ze bedolven en gaan ten onder. Er is er niet één die het overleeft. Maar het volk Israel ging op het droge, in het midden van de zee, en de wateren waren als een muur voor hen, aan hun rechter en aan hun linkerhand. Zo verlost Jahweh hun die dag uit de hand van het Egyptische leger.

De Israëlieten zien de Egyptenaren dood aan de oever van de zee. Zo zien ze de machtige hand van Jahweh, waarmee de Egyptenaren verslagen zijn, en het volk krijgt groot ontzag voor Jahweh, en voor Mozes en zijn dienstknecht.

 

 

 

Het volk Israel is op ontzagwekkende wijze uit de slavernij gehaald en bevrijdt uit het ‘kwaad van Egypte’ . Maar hoe haal je de slavernij uit een volk?.. Dat is weer een ander verhaal.

De reis door de woestijn gebruikt Jahweh om dit volk te leren om Zijn volk te zijn, voordat ze in het beloofde land aan gaan komen. Dat gaat met vallen en opstaan, radicaal en rigoureus. Maar ze hebben dan ook te maken met de enige en ware God. De God van Abraham, Isaak en Jacob. DE IK BEN DIE IK BEN. Hij is het die voor hen uittrekt.

 

Spreuken 3: 5 - 8

Vertrouw op Jahweh met heel uw hart, en steun op uw eigen inzichten niet. Ken Hem in al uw wegen, en Hij zal uw paden recht maken. Wees niet wijs in uw eigen ogen; vrees Jahweh en wijk van het kwade. Het zal een medicijn zijn voor uw navel, en een bevochtiging voor uw beenderen. 

 

Voor wie alles nog eens "dunnetjes" over wil lezen bevat de volgende link het hele uitgeschreven Bijbelverhaal van Exodus 6. 

HET HELE EXODUS 6 VERHAAL